Hieronder staat een uittreksel van een artikel dat we eerder in De Myle Krant gepubliceerd hebben.
Wil je dit en andere artikels lezen, start dan je abonnement door op onderstaande knop te klikken.
Een abonnement op De Myle Krant is gratis!
Familie Mylemans
Jules Mylemans (1904 – 1969), avonturier en zwart schaap van de familie
Inleiding
Dit artikel gaat over de niet zo fijne levensloop van Jules Mylemans. Over zijn leven was ons weinig bekend tot we in het Rijksarchief te Brussel zijn persoonlijk dossier van ambtenaar bij het Ministerie van Koloniën opvroegen. Jules is als districtsambtenaar naar Belgisch Congo vertrokken maar dat werd geen succes. Na een tijdje kwam hij terug maar toen ook in België de problemen zich opstapelden vertrok hij opnieuw naar Afrika en werd zijn band met het thuisfront bijzonder problematisch.
Zijn eerste levensjaren
Jules werd geboren te Heist-op-den-Berg op 31 oktober 1904, als Jozef Jules Medard, het vijfde kind en de oudste zoon van het landbouwersgezin Leonard Mylemans en Josefien Aerts.
We vermoeden dat zijn peter Medard Aerts was, de broer van Josefien. Volgens de mondelinge overlevering zou Medard gek geworden zijn na een zonneslag en is hij overleden na experimentele injecties van dokters te Lier.
Leonard Mylemans (°1865 +1942) en Josefien Aerts (°1876 +1951) hadden niet minder dan 11 kinderen :
1. Irma (1897 – 1987) Zij werd pastoorsmeid en over haar leven vertelden we in ons artikel “Een mirakel en een rare pastoor”
2. Marie (1899- 1966)
3. Gusta (°1901-1990) Gusta huwde met Gustaaf Vermeylen en over dit echtpaar ging ons artikel “Gustaaf Vermeylen en Gusta Mylemans”
4. Melanie (1903-1992)
5. Jules (°1904 - 1969)
6. Jef (1907-1985)
7. Eugeen (1909-1971)
8. Florent (1911-1990)
9. Angèle (1915-1995)
10. Marcel (1919-2001)
11. René (1922-2011)
De vroegst gekende foto van Jules dateert van omstreeks 1907. Hij staat hier naast grote zus Gusta.
Figuur 1 Zus Gusta en Jules circa 1907
De onderstaande foto is gedrukt op een postkaart en is waarschijnlijk genomen naar aanleiding van zijn eerste communie.
Figuur 2 Jules Mylemans rond 1911
Schooljaren
Jules volgde eerst les in de basisschool Heist-Goor. Daar bleef hij echter niet lang want zijn ouders hadden voor hun eerste zoon alleen maar het beste voor. Op 10-jarige leeftijd werd Jules naar het pensionaat gestuurd. Een teken dat zijn ouders geloofden in een goede opleiding want een pensionaat was zeker niet goedkoop.
Het Instituut Van der Borght te Grasheide (Putte) had een uitstekende reputatie en was Vlaamsgezind, in het pensionaat verbleven heel wat Franstalige kinderen uit Brussel en Wallonië om mooi Nederlands te leren spreken.
De stichters van het instituut Van der Borght waren nog verre familie van Jules’ vader Leonard en van Jules’ grootvader langs moeders kant. Of deze familieverwantschappen bijgedragen hebben tot de schoolkeuze is voor ons nu evenwel niet meer te achterhalen.
Na de lagere school ging Jules naar het Damiaaninstituut te Aarschot. Ook hier verbleef hij op internaat. Het Damiaaninstituut stond destijds hoog aangeschreven als een school die vooral gericht was op de voorbereiding tot priester missionaris, in dezelfde geest als pater Damiaan.
Drie jaar later werd hij ingeschreven als interne leerling van het Klein Seminarie van Mechelen, de voorbereidende opleiding tot het seminarie voor priesters in het aartsbisdom Mechelen.
Of zijn ouders stilletjes hoopten dat hun zoon zich geroepen zou voelen om priester te worden weten we niet. Wel is duidelijk dat zijn ouders kosten noch moeite hebben gespaard om hun zoon een degelijke opleiding te geven.
Figuur 3 Jules tijdens zijn pensionaatsjaren
Het liep echter niet helemaal zoals zijn ouders gedroomd hadden, Jules moet een vrij zwakke leerling geweest zijn en wanneer hij in 1924 de school vaarwel zegt is hij al 20 jaar en heeft zijn humaniora niet afgemaakt.
Vrijgesteld van militaire dienstplicht
Op 20 december 1923 werd Jules’ aanvraag om zijn militieplicht onbepaald uit te stellen aanvaard. Waarom hij deze gunst verkregen heeft is heel eenvoudig: Jules was nl. de oudste zoon in een gezin waar er 4 of meer jongens waren. In dat geval was de oudste zoon vrijgesteld van militaire dienst op voorwaarde dat de jongere broers later wel hun dienstplicht zouden vervullen. Was dat later toch niet het geval (bv. wanneer er eentje afgekeurd werd) dan moest de oudste zoon toch nog zijn militaire dienstplicht verrichten. Voor Jules zou het echter niet zo’n vaart lopen, zijn voorwaardelijke vrijstelling werd uiteindelijk een definitieve vrijstelling.
Een eerste job
Op 1 december 1924 werd Jules aangeworven door de Volksbank van Lier. Hij kon er beginnen als administratief bediende in hun plaatselijk kantoor te Heist-op-den-Berg.
Lang hield hij het daar echter niet vol. Amper iets meer dan een jaar later keek hij al naar nieuwe en exotischere carrièremogelijkheden. Jules solliciteerde naar een goedbetaalde job als ambtenaar bij het ministerie van Koloniën om in Belgisch-Congo te gaan werken.
Sollicitatie en voorbereiding op een koloniale loopbaan
Over de sollicitatieprocedure hebben we veel informatie ontdekt omdat het ministerie van Koloniën een uitgebreid dossier van elk van haar werknemers bewaard heeft. In het Rijksarchief van Brussel hebben we het dossier van Jules teruggevonden. Het bevat o.a. zijn C.V. , aanbevelingsbrieven, bewijs van goed gedrag en zeden, medische keuring, vaccinaties, examenresultaten en heel wat interessante informatie.
Ook toen begon alles bij het opstellen van een fatsoenlijk C.V. Op 4 februari 1926 stelt Jules het zijne op.
Figuur 4 C.V. met opsomming van opleidingen en werkervaring
Het ministerie heeft vervolgens vier partijen aangeschreven om aanbevelingen te bekomen: Pastoor Wouters van Heist-Goor, de burgemeester van Heist, de Volksbank van Lier en het Klein Seminarie van Mechelen. Alle vier hebben snel en in positieve bewoordingen geantwoord.
Pastoor Wouters schreef: “… dat den heer Mylemans Jozef Juul Medard van zeer deftige geëerbiedigde familie is: hij heeft een goed gedrag en zijne eerlijkheid is tot nu toe buiten twijfel. “
Burgemeester De Bie van Heist-op-den-Berg schreef: ”… dat de genaamde Mylemans Jozef Jules Medard van voorbeeldig gedrag is en dat aangaande zijne eerlijkheid niets op te markeren valt. “
De Volksbank van Lier antwoordde: “… kunnen wij u melden dat genaamde persoon in onze dienst is sedert 1 december 1924 en dat hij sedertdien ons alle voldoening heeft gegeven onder oogpunt van gedrag, eerlijkheid en bekwaamheid.”
Ten slotte schreef het Klein Seminarie van Mechelen: “Mr. Mylemans heeft zich steeds goed gedragen en is bekwaam een flinke kolonist te worden. “
Figuur 5 De aanbevelingsbrief van het Klein Seminarie van Mechelen
Na al deze positieve getuigenissen werd Jules toegelaten tot de Koloniale School te Brussel waar hij een aantal cursussen volgde als voorbereiding op zijn loopbaan in Belgisch Congo.
Wanneer hij student is te Brussel staat hij ook ingeschreven in Rixensart, een gemeente niet ver van Brussel. We vermoeden dat hij omwille van praktische redenen naar Rixensart verhuisd is. Vanuit Heist-op-den-Berg is Brussel immers veel moeilijker bereikbaar.
Met een algemeen totaal van 62.6% en zwakke scores voor de vakken deontologie, recht, boekhouden en landbouw was hij wel geslaagd maar ook niet meer dan dat. Het valt wel op dat hij zeer goede punten had voor Kiswahili, een veel gesproken Afrikaanse taal.
Figuur 6 Examenresultaten van Jules Mylemans 2 juli 1926
Vertrek naar Congo
Jules wordt aangenomen als “provisoir territoriaal adjunct-agent 3de klasse”, een hele mond vol om te zeggen dat hij helemaal onderaan de ambtelijke ladder moet beginnen. Hoe de overheidsdiensten in Belgisch-Congo georganiseerd waren lees je in de annex “Hoe werkte de Belgische overheid in haar kolonie?“, achteraan dit artikel.
Op 24 juli 1926 vertrekt hij met het schip de “Thysville” naar Congo, waar hij op 9 augustus aankomt in Boma. Het stoomschip Thysville van de CBMC (La Companie Belge Maritime du Congo) werd in 1922 te water gelaten en gebouwd door scheepswerf Cockerill uit Hoboken. Het is genoemd naar koloniaal officier en ondernemer, Albert Thys. Het is hetzelfde schip waarmee Koning Albert I in 1928 Congo bezocht. Het voer van Antwerpen naar Matadi en er was plaats voor 700 passagiers.
Op 10 augustus trekt Jules dan verder landinwaarts naar het district Sankuru in Centraal Congo waar hij op 16 augustus aankomt.
Figuur 7 Congoschip Thysville
1926 – 1932 Zijn eerste periode in Congo
Jules’ taak in Belgisch Congo was vrij administratief. Al vermeldt zijn dossier niet met welke taken hij precies belast werd, toch geeft de annex “Hoe werkte de Belgische overheid in haar kolonie”, en meer bepaald de paragrafen over de “Taken van de gewestbeheerder en zijn ambtenaren” een idee over de zeer uiteenlopende bezigheden die Jules heeft moeten verrichten. Wel vonden we in zijn dossier enkele bijzondere gegevens waaruit blijkt dat hij er niet echt de beste beurt maakte.
Aanvankelijk waren zijn oversten nochtans tevreden en werd hij geëvalueerd als iemand met een “charactère soumis et sérieux et de bonne conduite” (in vertaling: onderdanig en serieus karakter en van goed gedrag).
Vrij snel kreeg hij loonsverhoging. Op 9 augustus 1926 werd zijn loon vastgesteld op 22.500 Belgische Frank. Op 1 juli 1928 is zijn loon al gestegen tot 50.000 Belgische Frank op jaarbasis. Maar dat was de normale gang van zaken gebaseerd op vastliggende barema’s die gepubliceerd werden in het “Ambtelijk Blad van den Belgischen Congo”.
Op 8 december 1929, wanneer hij drie jaar gewerkt heeft als koloniaal ambtenaar, werd hij benoemd tot definitief territoriaal agent 3de klasse. Provisoir werd dus definitief en vanaf dan is hij ook geen adjunct-agent meer. Dit was de manier waarbij een ambtenaar die bij wijze van proefperiode was aangesteld na verloop van tijd en evaluatie definitief benoemd werd.
Zijn evaluatie is ondertussen allesbehalve schitterend te noemen. Op onderstaand evaluatieblad lezen we:
“semble s’être relâché dans sa manière de servir depuis sa désignation pour Lubefu. Ce relâchement s’est accentué encore après qu’il ait remis sa demande de démission”
In vertaling: “lijkt nonchalant in zijn manier van werken sinds zijn overplaatsing naar Lubefu. Deze nonchalance is nog verergerd na zijn aanvraag tot ontslag.”
M.a.w. hij veegde er zijn voeten aan. Een flinke kolonist zoals het Klein Seminarie van Mechelen in hem zag is hij dus zeker niet geworden.
Na drie jaar in Belgisch Congo als kolonist vond hij het blijkbaar welletjes. Hij zag een andere opportuniteit en op 20 september 1929 diende hij zijn ontslag in. Dat ontslag werd aanvaard door de Belgische staat op 1 oktober 1929.
Figuur 8 Evaluatieblad van Jules Mylemans
Enkele foto’s van Jules uit zijn periode als koloniaal ambtenaar zijn bewaard gebleven in de familie. Jules poseert er op als een deftige koloniaal in de typische witte kledij met tropenhelm die de ambtenaren toen droegen in Belgisch Congo.
Figuur 9 Jules als koloniaal ambtenaar in Congo
Figuur 10 Jules in Congo
Jules had ondertussen in Congo ook een plezierig tijdverdrijf ontdekt: met collega’s kolonialen gezellig gaan jagen op groot wild. Onderstaande foto dateert uit 1927 en werd genomen in de omgeving van Lodja. Jules is de staande persoon rechts.
Figuur 11 Groepsfoto na een klopjacht in september 1927 te Lodja (hoofdstad van Sankuru) Jules staat rechts
Links en rechts zien we jachthonden, de linkse hond is meer dan waarschijnlijk een Basenji, een oer-ras jachthond die niet kan blaffen en jodelende geluiden maakt.
Bij zijn ontslag als koloniaal ambtenaar had hij een nieuwe job voor ogen: lang leve de vrijheid als jager in de tropen! Jules werd dus een avonturier die van de opbrengst van zijn geschoten wild ging leven.
Over deze periode als jager hebben we heel weinig gegevens want hierover staat natuurlijk niets in zijn officieel dossier van ambtenaar in Belgisch Congo.
Ook van zijn periode als jager zijn enkele foto’s bewaard gebleven in het familiearchief. We zien hem hier niet meer gekleed als koloniaal ambtenaar. Let vooral op zijn omslagrok en zijn sandalen.
Figuur 12 Jules als jager
Figuur 13 Jules samen met enkele Congolezen
Terug naar België
Drie jaar als jager is ook nu weer genoeg voor Jules, blijkbaar hield hij niets lang vol.
Totaal berooid restte er nog slechts één oplossing: terug naar huis! Niettegenstaande hij tijdens zijn koloniale loopbaan een riant salaris had ontvangen was daar duidelijk niets meer van over toen hij op 20 december 1932 terugkeerde in België.
Terug thuis vindt hij geen werk maar misschien zoekt hij ook niet zo hard. We weten via de familieverhalen dat hij toen al een serieus alcoholprobleem had en dat hij regelmatig geld vroeg aan zijn ouders om het vervolgens in de cafés te gaan verbrassen. Op een gegeven moment vonden zijn broers het welletjes en toen Jules nog maar eens geld vroeg is er een flink handgemeen geweest, iets waar de broers van hun moeder Josefien flink voor op hun donder hebben gekregen. Duidelijk is dat moeder Josefien het principe handhaafde van “mijn kind schoon kind”, de problemen van haar oudste zoon wilde ze niet zien, of misschien voelde ze zich schuldig omdat ze gefaald had in de opvoeding?
Figuur 14 Jules met zijn moeder Josefien en oudste zus Irma
“Oost west, thuis best” bleef voor Jules echter niet lang duren.
Tijdens zijn verblijf in Congo had hij nl. nog een openstaande rekening bij de plaatselijke bevolking van het dorp Lundeke. Wanneer zij ontdekten dat Jules terug naar België was vertrokken gingen ze met hun probleem naar de Belgische commissaris van de provincie Lusambo die onmiddellijk het ministerie van Koloniën in Brussel op de hoogte bracht.
De bal ging aan het rollen en Jules werd meermaals aangemaand om zijn openstaande schuld van 3501,49 Bfr. te vereffenen. Jules ging regelmatig naar Brussel om de situatie uit te leggen. Zijn argumentatie was dat hij zonder werk zat en financieel afhankelijk van zijn ouders was. Hij beweerde echt niet te kunnen betalen.
In zijn dossier zitten verschillende aangetekende brieven en de toon verhardt ook naarmate de tijd verderloopt. Bij het ministerie waren ze blijkbaar ook niet van gisteren en een interne nota spreekt boekdelen :
Figuur 15 Detail uit een interne nota gedateerd 23 november 1933
Vertaling: “Ik twijfel aan de goede intenties van de heer MYLEMANS. Zijn handelswijze lijkt sterk op oplichting.”
Jules’ laatste brief aan het ministerie van Koloniën dateert van 8 maart 1934 waarin hij meedeelt dat hij altijd een goede ambtenaar geweest is en dat hij graag opnieuw in dienst wil treden. Hij geeft zelfs aan wat zijn voorkeur heeft want hij suggereert de post van sanitair agent of landbouwagent. Vanzelfsprekend zal het riante loon dat hij in Congo ontving een belangrijk element geweest zijn bij zijn sollicitatiepoging.
Gelijktijdig dus discussies over schulden én opnieuw solliciteren als toekomstige werkkracht, gezien de context vonden wij zijn sollicitatiebrief ronduit hilarisch. Jules deed de waarheid op z’n zachtst gezegd serieus geweld aan.
Figuur 16 Jules wil terug naar Congo als ambtenaar
Vertaling van de door ons onderstreepte tekst:
“Ik wens opnieuw in dienst te treden van de Kolonie, bij voorkeur als sanitair agent of landbouwagent.
Gedurende mijn dienstjaren heb ik altijd volledige voldoening aan mijn superieuren gegeven.
Ik zou in dienst van de Kolonie gebleven zijn indien persoonlijke redenen mij niet hadden verplicht om mijn terugkeer naar Europa uit te stellen”
Deze brief hebben we gevonden in zijn dossier. Het ministerie heeft hem dus wel ontvangen, maar ze vonden het duidelijk niet de moeite om hierop een antwoord te sturen. Jules was geen groot verlies voor een glorieuze koloniale toekomst.
Jules moest nog 30 jaar worden en was dan al mislukt in alles wat hij aanvatte, een triestige balans!
Of zijn schulden uiteindelijk betaald zijn weten we niet. Misschien, maar dat is een hypothese, werd de grond onder zijn voeten te heet in België en is hij opnieuw gevlucht. Feit is inderdaad dat Jules opnieuw naar Afrika vertrokken is maar dan wel niet als koloniaal ambtenaar.
Wanneer exact hebben we niet kunnen achterhalen maar het moet nog ergens in de jaren dertig geweest zijn, alleszins voor het uitbreken van de tweede wereldoorlog. Maar vanaf zijn tweede Afrikaanse periode worden de bronnen extreem schaars omdat de breuk met zijn familieleden toen definitief was.
En zo gaat dit artikel nog even verder …